Van plantage tot kopje: drie weken bouwen aan de toekomst van Lanka Coffee

Drie weken lang reizen we door de heuvels van Sri Lanka, op zoek naar de plek waar onze koffie voortaan vandaan komt: het verhaal van Lanka Coffee, van de mensen die er al waren, en van alles wat er nog moet gebeuren voordat de eerste boot vol koffiebonen vaart.
We ontmoeten Gaby niet op de plantage, maar in haar eigen cricketcafé, waar ze ook een bar runt. Gaby is de eigenaresse van de toekomstige proceslocatie en plantage die we gaan overnemen. Ze zet een espresso voor ons neer van haar eigen koffie, een klein moment dat veel zegt. "Die plant lijkt wel alsof hij mijn omvang heeft," zegt ze lachend over een oude koffieplant. Maurice verwoordt het zo: "Over tien jaar zeggen we nog: deze vrouw en haar man Jamie hebben dit allemaal opgezet." Daarom willen we Gaby juist behouden, voor de legacy van de toekomstige proceslocatie.
Na ruim acht uur in de auto komen we aan bij de toekomstige proceslocatie, Gaby's productieplaats. De eerste indruk: een oude zooi, maar wie erdoorheen kijkt, ziet potentie. De machines die 's nachts komen, passen niet door de deur, dus breken we die eruit. De vloer wordt in twee fases gerepareerd, beton moet zeven dagen uitharden. Verder komen we er nog niet, de overname is nog niet rond, maar we mogen alvast machines opslaan.
Daarom wijken we tijdelijk uit naar Keppetipola, de plek waar ik vorig jaar namens Maurice de onderhandelingen met de lokale autoriteiten voerde. Hier begon het allemaal, ooit bedoeld als ons Experience Center. Overstromingen hielden de locatie buiten gebruik, tot nu. De sleutels zijn binnen. Uiteindelijk halen we de machines toch vanuit de toekomstige proceslocatie naar Keppetipola. De droogbedden richten we opnieuw in, drogen doen we in de droogtent en binnen. Een elektricien verzorgt de installatie, de loodgieter de watertank en de leidingen voor peeler en fermentatietonnen. Begin september moeten we 40.000 kilo arabica én 40.000 kilo robusta kunnen leveren.
De oogst van elke dag gaat niet naar één plek, maar naar meerdere hubs en collecting centers, elk gerund door een hoofdboer die nu bij ons in dienst is, onafhankelijk van tussenhandelaren. Dat vertrouwen betaalt zich uit: een vriend van Stan, die onze hub in Kotmaley beheert, staat ongevraagd voor de deur met bessen van honderden boeren.
Bij de Robusta-boeren, die we vorig jaar leerden kennen, zien we hetzelfde vertrouwen groeien. Toen verkochten ze hun bessen een maand te vroeg, nu leveren ze aan ons, in ruil voor snoeischaren, emmers en kunstmest. De overhandiging van de eerste snoeischaar is meer dan een gebaar: het is een teken dat we blijven investeren in wie dagelijks de bessen plukt. Alleen de apen blijven een probleem waar niemand iets aan kan doen.
Drie weken die begonnen bij een espresso in Gaby's cricketcafé en eindigen met de sleutels van Keppetipola in de hand: van losse onderdelen naar een werke

Vorige
Vorige

Koffie in twee werelden